Duurzaam aluminium begint waar onbeperkte keuze eindigt
Veerle Fincken (VOM) over kleurkeuze, klasse II-poeders en gedeelde verantwoordelijkheid in de aluminiumketen
De aluminiumlakker komt vaak laat in de keten aan bod, maar krijgt wel een flinke reeks verwachtingen op zijn bord: een specifieke kleur, een duurzame coating, een korte levertijd en een scherpe prijs. Volgens Veerle Fincken van VOM is die combinatie niet altijd houdbaar en kan duurzaam lakwerk alleen slagen als de hele keten haar keuzes onder de loep neemt.
Less is more
Wie een aluminium raam of gevel bestelt, ziet vooral het eindresultaat: de kleur, de glans, de afwerking, en dat allemaal in verschillende vormen en kleuren. Maar wat eraan voorafgaat, blijft vaak buiten beeld. Al die kleurkeuze vergt meer tijd en energie en levert bovendien ook poederafval op. Kleinere series en een groeiend aanbod aan afwerkingen en kleuren maken een efficiënte productieplanning voor de lakker nog lastiger.
"Waarom moeten er vijftig soorten wit of grijs bestaan? Wie kent dat onderscheid?"
Volgens Fincken begint het bij de keuzes die architecten en leveranciers aanbieden. “Waarom moeten er vijftig soorten wit of vijftig soorten grijs bestaan? Wie kent dat onderscheid? " stelt ze scherp. "Met een beperkter palet zouden lakbedrijven grotere reeksen kunnen plannen, minder vaak van kleur moeten wisselen en minder poeder ongebruikt op voorraad houden."
Grote bedrijven kunnen een standaardpalet aanbieden en voor afwijkingen een hogere prijs vragen. Kleinere lakbedrijven hebben die onderhandelingsruimte minder. Bovendien komen onderdelen geregeld laat bij hen terecht. Achterstand in de keten vertaalt zich dan in haast bij de afwerking, terwijl de lakker nog altijd een constante kwaliteit moet leveren. Een uitdagende opdracht.
De juiste coating heeft een prijs
Ook de keuze voor duurzamere coating legt een spanning bloot. Steeds meer grote spelers maken van Qualicoat klasse II-poeders de standaard. VOM steunt die evolutie: onder vergelijkbare omstandigheden kunnen deze poeders hun kleur en glans ongeveer vijftien jaar langer behouden dan klasse I-poeders. Daar staat vaak een hogere aankoopprijs tegenover. Voor een voorbeeldgevel van 1.200 m² becijfert VOM de meerkost op 375 euro, of 0,014 procent van een bouwproject van 2,7 miljoen euro. Op de totale bouwkost lijkt dat kleingeld.
Maar voor de lakkerij weegt de meerprijs echter zwaarder door. Het poeder is duurder en vraagt volgens Fincken extra aandacht bij het aanbrengen. Die extra kosten doorrekenen is lastig wanneer offertes vooral op prijs worden beoordeeld. “Het is niet altijd dat het lakwerk dan ook meer mag gaan kosten”, zegt ze. En zo wordt een beperkte meerkost voor het bouwproject een moeilijke rekening voor de lakker.
Fincken waarschuwt tegelijk voor een automatische overstap naar klasse II-poeders. Bij een gevel in een veeleisende omgeving kan extra weerbestendigheid zinvol zijn. Voor een binnentoepassing of een minder belastende omgeving kan klasse I volstaan. “Wat heeft een aluminiumproduct nodig als bescherming? Voor welke toepassing dient het? Wat is de belasting? De juiste keuze moet gemaakt worden, met het oog op de levensduurverwachting. Ook dat hoort bij de duurzaamheidsafweging."
Wat weet de lakker zelf?
Gerecycleerd aluminium is intussen een belangrijk verkoopargument voor ramen en gevels. Een eerder VOM-rapport wees erop dat de (eerdere) samenstelling van de legering en mogelijk ook de oppervlakteruwheid invloed kunnen hebben op de voorbehandeling. Fincken nuanceert dat beeld: "De sector heeft zijn processen de afgelopen jaren aangepast en de vroegere technische moeilijkheden met gerecycleerd aluminium zijn meer en meer onder controle."
De aanvoer ziet ze nu als een grotere uitdaging. “Ik denk eerder dat het een uitdaging is om nu gerecycleerd materiaal te vinden”, zegt ze. Bij aluminium van buiten Europa is er volgens haar soms weinig zicht op de precieze samenstelling.
Die informatie is voor een lakker cruciaal. “De lakker weet vaak niet waar het stuk vandaan komt en waar het geplaatst gaat worden”, vertelt Fincken verder. "Ook de bestemming is belangrijk bij de keuze van de coating. Is het een product voor aan de kust of op een moeilijk bereikbare gevel? Dat moet de lakker weten." Vooral bij hoogbouw is vervanging achteraf lastig. Daarom wil Fincken bij zulke toepassingen sterker inzetten op een langere levensduur.
De hele keten aan zet
Voor haar ligt de oplossing dus niet bij één nieuwe techniek of één universeel voorschrift. Men moet de veelheid aan kleuren en afwerkingen kritisch bekijken, de coating afstemmen op de toepassing en de gewenste levensduur, en meer informatie laten doorstromen over het aluminium zelf. Dat vergt overleg tussen architecten, leveranciers en opdrachtgevers voordat het project bij de lakker belandt.
“We dragen een gedeelde verantwoordelijkheid. Die duurzaamheid moet echt in de keten aangepakt worden,” besluit Fincken. Want wie pas bij de laatste schakel aanklopt met een vaste kleur, een voorgeschreven poeder en een krappe deadline, laat de lakker weinig ruimte om zijn werk duurzamer te organiseren.